Interview: onderzoeker Koos Fransen over citizen science

Toen heel Vlaanderen gemobiliseerd werd voor de luchtkwaliteitsmeting CurieuzeNeuzen, was dat het eerste echt breed zichtbare citizen scienceproject. 20.000 burgers engageerden zich door de actie van de krant De Standaard en de Universiteit Antwerpen om het stikstofgehalte in de lucht van hun straat te meten via een buisje aan de voorgevel. Maar hoe betrek je burgers dieper dan hen enkel cijfer- en datareeksen aan te laten leveren, waar vervolgens toch weer ‘echte’ wetenschappers mee aan de slag gaan? Timelab is een voortrekker in citizen science die verder gaat dan dataverzameling en waarbij burgers zelf volledige productieprocessen aansturen: open data én co-creatie zijn de grondslagen. We vroegen onderzoeker en Timelabfan Koos Fransen (VUB) naar de verschillende definities van burgerwetenschappen en de voorbeeldrol van Timelab.

Burgerwetenschap is relatief nieuw. 2007 lijkt een goed ijkpunt: toen werd het Galaxy Zoo project gelanceerd, waarin burgers sterrenstelsels hielpen classificeren. Koos Fransen, ruimtelijk planner en postdoctoraal researcher bij het Cosmopolis Centre for Urban Research (VUB) – een onderzoeksgroep voor thema’s als circulaire economie, planning en mobiliteit –  werkt rond verschillende projecten waar citizen science deel van uitmaakt. “Mijn doctoraat had vervoersarmoede in Vlaanderen als thema”, vertelt hij. “Hoe werken onze transportsystemen? Wat kunnen we ermee bereiken? Een hot topic: dat bewijst de controversiële Mobiscore van de Vlaamse overheid. Ik heb er al véél bagger over gelezen”, lacht Fransen. “Terwijl de Mobiscore alleen maar persoonlijke- en beleidskeuzes wil ondersteunen door bereikbaarheid in kaart te brengen. Om bereikbaarheid te onderzoeken, kun je ook citizen science inzetten.”

Wat is citizen science precies en wanneer maakte je er in de loop van je academische carrière kennis mee?

“Tijdens mijn doctoraatsstudie had ik er nooit rechtstreeks mee te maken. Ik heb wel samengewerkt met Mobiel 21, een onafhankelijk centrum voor het ontwikkelen van duurzame gedragsverandering op het vlak van mobiliteit. Een bekend project van hen is Ping if you Care. Mobiel 21 en Bike Citizens ontwikkelden samen met fietsers een tool waarmee je op een gedetailleerde fietskaart belangrijke knelpunten op je route kunt aangeven. Dat is citizen science die voorbij ‘naakte’ dataverzameling gaat, want er wordt teruggekoppeld naar oplossingen die de fietsers zelf aanreiken. Daarmee kom ik bij een eerste definitie, want enkel data-analyse of -verwerving is niet de meest gedetailleerde vorm van citizen science.“

Welk niveau van betrokkenheid heb je dan nodig voor om het over ‘echte’ citizen science te kunnen hebben?

“Op een piramide met daarop de verschillende niveaus van burgerbetrokkenheid, vormt co-creatie de top”, zegt Fransen. “Onder de heel brede noemer citizen science valt ook dataverzameling – het onderste niveau. Maar citizen science kan verder gaan. Een mooi voorbeeld van een project waarin burgers naast experten over hun eigen omgeving ook actoren worden, zijn de Gentse Leefstraten: samen de eigen publieke ruimte ontwikkelen om op lange termijn ook de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. In het bovenste deel van de piramide hebben burgers een hoge betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid. CurieuzeNeuzen lijkt me nu net een voorbeeld van basic citizen science, omdat burgers – bij wijze van spreken – enkel een buisje tegen hun gevel hingen en weer inleverden. Verder werden ze niet meer betrokken bij oplossingen die op lokale schaal de slechte stikstofwaarden aanpakken. Niks mis mee: sommige onderzoeken zijn er om data te verzamelen en gericht op kwantitatieve analyse, punt.”

Citizen science drijft doorgaans op repetitieve en kwantitatieve data, maar je kan ook kwalitatieve data verzamelen.

“Ik denk dan aan het  open source project AirCasting, ontstaan in 2006 in Brooklyn door een groep activisten”, zegt Fransen. “AirCasting kreeg een Brusselse variant in 2018. Hier zien we dat bepaalde sterk vervuilde plekken sterk gelinktlijken te zijn aan sociaal-economische factoren. In bijvoorbeeld de Kanaalzone is dat zo. Straten met de laagste inkomens worden ook nog eens benadeeld op milieuvlak. Waarschijnlijk zijn het niet de wijkbewoners die de oorzaak zijn van de lokale luchtvervuiling, wel de pendelaars van buiten de stad. Maar je moet ook factoren als industrie of valleiwerking mee in rekening brengen. Het onderzoek loopt nog volop.”

Héél veel citizen scienceprojecten hebben betrekking op luchtkwaliteit, maar er zijn meer toepassingen. 

“Timelab was de eerste die met een cocreatie burgerproject rond luchtkwaliteit naar buiten kwam. A.D.E.M (2013, ik-adem.be) was een onderzoek naar de fijnstofconcentratie op weg naar het werk of naar school. Een team van experten ontwikkelde bij Timelab een zelfbouwkit voor een eigen mobiel meettoestel. De meettoestellen zijn low cost, open source, repareerbaar en aanpasbaar én worden lokaal gereproduceerd. Nog een voorbeeld is hackAIR, ook een typisch project voor luchtkwaliteitsmetingen. Of AIRbezen, een fijnstofmeting op basis van de absorberende kwaliteiten van aardbeienplantjes. Een hele leuk project, erg sexy in zijn uitwerking. Er kwam zelfs een vervolg op: AIRbezen@School.”

“Maar nieuwe oproepen voor citizen scienceprojecten van de Vlaamse Overheid legt niet per se de nadruk op milieutoepassingen. Ken je de Aziatische hoornaar? Er was een oproep voor de invasiemonitoring door hobbyimkers en het brede publiek, onder de noemer Vespa-Watch. Er zit er ook een projectoproep bij over fietsen van- en naar Gentse scholen.” 

Timelab is een voortrekker in productontwikkeling via citizen science. Het project Knotplex is er een heel mooi voorbeeld van.

“Klopt, ook in productontwikkeling bestaan er citizen science projecten. Knotplex is een project van Timelab waarbij MDF-platen vervangen worden door een vezelplaat op basis  van de Japanse duizendknoop. Het project kwam aan bod in de Terzake-docu De stad van morgen”, zegt Koos Fransen. “Timelab ontwikkelde een mogelijke formule voor de samenstelling van de plaat en ondersteunt de maatwerkbedrijven die de platen kunnen maken en zelf gebruiken of verkopen.  De grondstof wordt aangeleverd door maaidiensten. Voor de productie werkt Timelab bewust samen met sociale-economiebedrijven omdat de platen produceren op gestaande industriële installaties onmogelijk is omwille van de onzekere aanvoer van zuivere grondstoffen. De enige mogelijkheid om dit product lokaal en circulair te produceren is via kleine productiehubs die op vraag en volledig recycleerbaar produceren. De maatwerkbedrijven verspreid over Vlaanderen zijn daarom de ideale partners. Japanse duizendknoop blijkt zo een prima grondstof voor een bio-afbreekbaar, composteerbaar en zelfs recycleerbaar alternatief voor MDF-platen: de Knotplexplaat. 

Via het platform https://waarnemingen.be spelen burgers hier al een belangrijke rol in, want als zij spotten waar er Japanse Duizendknoop groeit, kunnen ze dat via de site doorgeven. De groendiensten kunnen daar dan op inspelen en de plant ter plekke gaan rooien. Dat gebeurt vlot, want de plant is een bedreiging voor inheemse soorten. 

Niet alleen de waarneming, maar ook de ontwikkeling zelf gebeurt in een netwerk waarbij verschillende lokale productie eenheden hun materiaal maken. Dit hoeven zeker niet altijd platen te zijn. Iedere eenheid maakt wat die zelf het beste product vindt, voor eigen gebruik of partners in de buurt. Zij geven hun kennis opnieuw terug aan het netwerk waardoor onderzoek en ontwikkeling naar nieuwe materialen, processen, grondstoffen of bindingsmiddelen in een breed netwerk van productieplekken en gebruikers gebeurt. Dit is citizen science in de top van de piramide: cocreatie. Of beter R&D.

Opvallend is dat Timelab hier vraaggestuurd werkt: de gebruiker bepaalt wat er onderzocht wordt, niet de onderzoeker, terwijl bij projecten als CurieuzeNeuzen de wetenschapper de vraag bepaalt en de burger aanlevert wat hij nodig heeft.

“Traditioneel wordt citizen science gestuurd door de wetenschap die burgers inschakelt om data te verzamelen. Bij het project A.D.E.M en knotplex van Timelab is de burger/maker/gebruiker die gemotiveerd is om kennis te ontwikkelen, ook op technisch vlak. Een heel interessante piste.”

De wetenschappelijke wereld maakt wel eens voorbehoud bij de resultaten van burgerwetenschap. Waar zitten de potentiële tegenstellingen? 

“De Europese commissie heeft in 2014 een white paper on citizen science gepubliceerd om de good practices in kaart te brengen. Zo moeten data significant genoeg zijn. Bij heel wat citizen scienceprojecten heb je gewoon niet genoeg data om aan die voorwaarde te voldoen. Je haalt er moeilijk de wetenschappelijke journals mee, zeker met resultaten op basis van kwalitatieve diepte-interviews. Ook dan is het aantal testpersonen vaak te gering. De determinatiecoëfficiënt R² is onvoldoende, er is te weinig observatie.”

“Een tweede belangrijke is de bias op het vlak van de deelnemers. De doorsnee deelnemer aan CurieuzeNeuzen of Luftdaten voor stationaire metingen aan je voordeur of raam zijn vaak blanke, hoger opgeleide, kritische middenklassers die begaan zijn met het milieu. Deelnemers en wetenschappers die behoren tot dezelfde sociale categorie ligt sowieso moeilijk. Die deelnemers hebben de neiging om onderzoeken voor hun kar te spannen, zoals bij alles wat met het circulatieplan in Gent te maken heeft: dan zie je mensen die op eigen houtje tellingen beginnen te doen – maar of die dan objectief gebeuren? Als je eigenbelang meespeelt, is het tricky om tot objectieve resultaten te komen.”

Toch is citizen science een goed alternatief voor dure technologie dat soms zelfs preciezere data oplevert.

“Een mooi voorbeeld is Telraam, een project van Transport & Mobility Leuven, Mobiel 21 en Waanz.in, een geïntegreerde slimme toepassing met low-cost goedkope hardware en een publiek webplatform waarmee burgers zélf verkeerstellingen kunnen uitvoeren. Cosmopolis gaat met hen samenwerken voor Straatvinken, een project van Thomas Vanoutrive aan de UAntwerpen. Het is een jaarlijks telmoment dat nagaat hoe gezond het verkeer is in onze straten. Hoe het werkt? Eén uur één keer per jaar tellen bewoners de verkeersstroom. De resultaten worden dan gebruikt als aanvullende meting. De meerwaarde ten opzichte van dure sensoren is de prijs maar de telling is zelfs preciezer. 3200 mensen samen onderscheiden beter de verschillende soorten verkeer, kunnen voetgangers tellen… alles wat een sensor niet per se kan.”

Citizen scienceprojecten volgen elkaar in steeds sneller tempo op en worden breder bekend bij het grote publiek. De open data-aanpak en co-creatie bij Timelab kan een meerwaarde zijn voor de wetenschappelijke wereld.

“Ja, als wetenschapper zie ik Timelab als een mooi intermediair tussen een opstapje voor burgers die willen meewerken aan een citizen scienceproject mét een wetenschappelijke onderbouw. Toch ligt het nog steeds niet voor de hand om met onderzoeksinstellingen samen te werken. Daar kan ik als wetenschapper misschien een steentje toe bijdragen. Ik wil graag samenwerken met Timelab rond mobiliteit en jongeren die zich – op de drempel naar de puberteit – zelfstandig beginnen te verplaatsen. Er komt een nieuwe school aan Gent-Dampoort vlakbij de nieuwe locatie van Timelab. Die kunnen we daarbij betrekken.”

“Co-creatie of citizen science zouden nu veel prominenter aanwezig zijn in mijn doctoraat. In amper een paar jaar is citizen science haast mainstream geworden. Vanaf de start zou ik nauwer samengewerkt hebben met Mobiel 21. Toch blijft het kwantitatieve verhaal belangrijk: achterliggende data en statistische bewijzen blijven een noodzakelijke onderbouw voor kwalitatief onderzoek. Bijna elk onderzoek naar mobiliteit en ruimtelijke planning bij Cosmopolis heeft nu wel een link met citizen science. Specifieke vakgroepen aan universiteiten zijn er nog niet, maar burgerwetenschap komt altijd aan bod in de lespakketten. Bijvoorbeeld binnen de studies Cultuurmanagement zijn citizen science en commons intrinsiek verwerkt in de lessen. Sociaal werk is ook co-creatie – de hoogste vorm is van citizen science. Misschien komt er binnenkort ergens toch wel een masteropleiding van.”

Wieland De Hoon