11 november 2019

 

Beste Stad,

Gisterenochtend stond ik op met een zwaar hoofd. Arm Vlaanderen. Een gevoel van rouw en onbegrip. Die ongemakkelijke fase wanneer het oude nog niet dood is en het nieuwe nog niet geboren is. Los zand. Hoe veerkracht behouden wanneer je het mes op de keel krijgt? Minister Jambon besliste 60% van de projectsubsidies voor de kunsten te schrappen.

Het nieuws van de voorbije dagen beïnvloedt zonder twijfel mijn brief aan u, mijn liefste stad. Mensen noemen mij een optimistische dwarsligger, van dromer tot doener. Vandaag ben ik pessimistischer dan anders. Vlaanderen is verstikt op vele fronten. Letterlijk, maar ook figuurlijk. Verstard en verstild. Vermarkt, verkocht, verloren.

Soms verlang ik naar die interactie die mijn dagelijkse routine bruusk doorbreekt. Dat ze me wakker schudt en – al is het maar voor even – doet rondkijken, opkijken naar de wolken. Dan wil ik opnieuw verwonderd worden door het besef dat de wereld groter is dan ik en dat iedere ontmoeting een verrassing is. Dat iedere interactie bijdraagt aan dat klein beetje meer bewustwording. De kracht van kunst. Vandaag zie ik vooral asfalt wegschuiven en weinig wolken. Maar ik zou mezelf niet zijn, mocht deze onbehaaglijkheid me niet inspireren om de chaos van naderbij te bekijken.

En daarom richt ik mij tot u, mijn beminde stad.

Het fundament van de steden ligt in de vereniging van mensen die iets gemeenschappelijk wilden creëren. De middeleeuwse commoners ontvluchtten het platteland om in de stad hun gemeen, hun commons te maken. De commons is datgene wat we beschouwen als gemeenschappelijk goed en waarover we als gemeenschap zelf beschikken op de manier die wij zelf bepalen. De middeleeuwse commoners bouwden de vrije gildensteden op basis van een lokale economie die drie eeuwen lang standhield. We zien vandaag een soortgelijke vlucht, niet van het platteland naar de stad, maar naar een meer betekenisvolle bijdrage aan de samenleving. Ook al betekent dit WEG van een vast comfortabel inkomen naar een meer onzeker en kwetsbaar bestaan waarbij de zorg voor elkaar primeert en de onderlinge afhankelijkheid een keuze én meerwaarde is.

Het resultaat is dat we vandaag een gelijkaardige groei van nieuwe vormen van civieke en economische manieren van samenleven zien ontstaan. De geschiedenis herhaalt zich: de commons nemen een nieuwe vlucht wanneer staat en markt falen.

Beste Stad, Misschien zitten we in wel in een momentum van irrationele transformatie? Misschien is de eeuw van vernetwerkte steden aangebroken.

Polany spreekt over pulsaties van cycli waarbij eerst de markt zich bevrijdt van maatschappelijke plichten, en waarna dan, in een 2de fase, het volk in beweging komt om de staat te verplichten de markt weer in te bedden in de samenleving. Misschien zitten we vandaag in een historisch polanyaans moment vlak voor een nieuw systeem zich zet. En dan komt alles goed.

Echter, door globalisering zijn volk en staat vandaag niet meer sterk genoeg om het evenwicht terug te brengen. Zo ben jij, de stad, steeds meer nodig. Maar dan samen met andere steden, als netwerk, translokaal en open.

Deze analyse zet de steden in het voetlicht. Maar wat is een stad vandaag? Hoe spreekt de stad en hoe horen we ze?

Laten we beroep doen op de hacker om ons inzicht te geven in de stedelijke code?

Hackers benaderen de stad op een manier die verder gaan dan een historische, planologische of demografische lezing. Ze zien jou als een actief en complex geheel, zonder centrum en met steeds veranderende verknopingen en verdichtingen. Met een horizon die verandert naarmate je beweegt. Filosoof McKenzie Wark spreekt van het belang van de hackers class die informatie bevrijdt en code zichtbaar maakt. Hij stelt deze klasse tegenover de klasse die de infrastructuur beheert en het eigenaarschap organiseert. De hacker is autonoom en disruptief, maar zijn actie is noodzakelijk om kennis vrij en snel te verspreiden en zo beweging en zuurstof te brengen in de verstilde en verstikte samenleving.

Doorheen de jaren ontstonden steden als lagen zichtbare en onzichtbare code. Historische gebeurtenissen, politieke beslissingen, economische tendensen, individuele acties, rampen en festiviteiten. Al deze tijdsgebonden katalysatoren hebben de code geschreven die vandaag de vorm van de stad bepaalt. In die gelaagdheid begeven wij ons.

Wij, bewoners en bezoekers van de stad dragen iedere dag bij aan dat complex systeem. Door wat we doen, wie we zijn, met wie we in contact komen en door de keuzes die we maken. De stad is van mensen die door hun interactie samen de stad maken. Dat is de taal van de stad. En die laat zich niet dicteren. Zo ontstaat cultuur. Als interactie, geen transactie.

Helaas, liefste Stad, meten we vandaag vooral de waarde van transacties en vergeten we de waarde van jouw interacties.

Neem nu zonering : publiek, privaat, bestemd, te koop, onderhandelbaar. Allemaal afgebakende zones met ieder hun eigenaars. Deze zonering heeft al het gemeenschappelijke uitgeduwd en alles te koop gesteld. De commons zijn verdwenen en hiermee alle broodnodige gedeelde publieke ruimte die een basale menselijke behoefte vervult: bij een gemeenschap horen. En dat doen we, liefste stad, door gemeenschappelijke ruimte te maken.

Stel dat we inbreken op de code die van jou een reeks verhandelbare bronnen heeft gemaakt. Misschien kunnen we de code hacken zodat er terug ruimte is voor commons, nu alles is verkocht en de zuurstof is verdwenen.

Een geniaal kunstenaar schreef ooit: “Het verleden is slechts een proloog”.

Wat als we ons meer bewust zouden zijn van die verstoringen en de impact van onze interacties. Wat als we zelf bewust katalysatoren zouden worden? Met kleine acupuncturistische handelingen veranderen we al bij iedere dagelijkse keuze een stukje code. Ten goede of niet, we staan er vandaag niet bij stil. Wat als we zouden ontdekken hoe we samen olifantenpaden kunnen trekken in die code. Dit ten voordele van de leefbaarheid van onze stad, een meer balanceerde economie en een lagere belasting op onze planeet?

Misschien leren we zo hoe we het DNA van plekken in de stad zichtbaar kunnen maken en aanpassen waar nodig.

Maar waar is de verstoring van onze dagelijkse routine zodat we weer kunnen opkijken, dromen en verwonderd zijn?

Ik ken geen meer moedige mensen dan zij die vandaag in staat zijn verstorend te zijn. Zij die durven een mening te hebben. Zij die niet vastgeketend liggen aan contracten, beloftes en afspraken die hun eigen wezen in de schaal leggen. Maar ook zij die zonder actie verstorend zijn. Gewoon door wie ze zijn. Door niets te doen.

Liefste stad, open je oren, ogen en armen voor de verstoring, wees niet bang en laat je verwonderen door onverwachte interacties. Heb vertrouwen dat chaos tijdelijk is. Zoek je netwerk met andere steden.

Ik hoop dat we elkaar snel terug zien. Dat het asfalt plaats ruimt voor de wolken en je me opnieuw verrast met obstakels en meer inzichten.

 

Liefs

Evi

 

Brieven aan de stad, een initiatief van De Republiek Brugge en Architectuuratelier Dertien12. Editie november 2019 in het kader van AMOK festival.